5.2 Maatwerkvoorzieningen
Doelstelling: | |||||||||||||||||||
Een veilige en vertrouwde plek voor alle kinderen, waar zij de hulp krijgen die zij verdienen. | |||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Jeugd Maatwerkvoorzieningen
In 2025 zijn we ten aanzien van de uitvoering van de maatwerkvoorzieningen jeugd meer gaan werken volgens de uitgangspunten van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd (2023-2028) en de regiovisie 'Mei-inoar foar ús bern'. Onze inzet was gericht op het versterken van de eigen kracht van gezinnen, het normaliseren van opgroei- en opvoedvragen en het beheersbaar houden van de uitgaven door middel van passende zorg op de juiste plek. De koers die is ingezet, bevestigt dat de beweging naar het voorveld (preventie en lichte hulp) essentieel is om maatwerkvoorzieningen beschikbaar te houden voor wie dat echt nodig heeft. We zien in 2025 een stabilisatie van het aantal unieke cliënten met een maatwerkvoorziening.
Wachtlijsten
We zien regionaal voor een aantal specifieke vormen van jeugdhulp (wonen en de zwaardere vormen van jeugdhulp) een toename in de wachtlijsten en plaatsingsproblematiek. We zijn als gemeenten, aanbieders, Sociaal Domein Fryslân en de jeugdhulpregio’s in Groningen en Drenthe in gesprek om deze problemen op te lossen.
Verordening Jeugd
Eind 2025 is de nieuwe verordening jeugdhulp De Fryske Marren 2026 door het college aan de raad ter vaststelling voorgelegd.
Hervormingsagenda Jeugd
De landelijke Hervormingsagenda Jeugd stelt dat het jeugdstelsel alleen houdbaar blijft als we de instroom in de specialistische hulp beperken. Daartoe is extra inzet op de sociaal-pedagogische basis en het sociaal wijkteam een randvoorwaarde. In 2025 hebben we een start gemaakt met de transformatie en deze zullen wij de komende jaren verder vorm gaan geven. In 2025 deden wij dat onder andere door het bieden van collectieve jeugdhulp, de inzet van de ondersteuner Jeugd bij huisartsen, Kansrijke Start en het jongerenwerk.
Collectieve jeugdhulp
Binnen het regionale speciaal onderwijs hebben we inmiddels een collectief jeugdhulp aanbod beschikbaar en we zijn betrokken (schoolbesturen en samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs) rondom inclusief onderwijs (lokaal en provinciaal). Daarnaast hebben we aanvullend op de provinciale inkoop een praktisch en laagdrempelig (collectief & individueel) aanbod gericht op jeugdigen met een lichtere ondersteuningsvragen. In De Sûdwester en Wetterwille in Sneek hebben we samen met gemeente Sûdwest-Fryslân zorg gedragen voor jeugdhulp in de school. Daarmee wordt bereikt dat de hulp desgewenst meteen beschikbaar is en het systeem betrekt.
Toekomstscenario
In Friesland is in 2022 gestart met het Toekomstscenario voor het effectiever en efficiënter inregelen van de jeugdbescherming. Hiervoor is in Friesland een proeftuin gestart met acht projecten. In 2025 is een doorstart gemaakt en heeft het projectteam zich beziggehouden met het inrichten van een regionaal veiligheidsteam.
Ondersteuner Jeugd
In samenwerking met de huisartsen zorgen we er sinds 2024 voor dat de inwoners via de in huisartsenpraktijk aanwezige ondersteuner jeugd, de nodige ondersteuning kunnen ontvangen. De ondersteuner jeugd is een medewerker van het wijkteam Jeugd en Gezin en deze is een aantal uur per week aanwezig. De ondersteuner jeugd zet zich in voor een betere samenwerking tussen huisarts, wijkteam en jeugdgezondheidszorg, behandelt zelf lichte opvoedproblematiek en verwijst gericht door naar de specialistische jeugdhulp. Het gewenste effect is dat dit op termijn zal leiden tot beter passende hulpverlening aan jeugdigen tot 18 jaar met psychosociale problematiek en tot minder verwijzingen naar specialistische jeugdhulp vanuit de huisartsenpraktijken.
Kansrijke Start
De Kansrijke Start aanpak investeert in een goede samenwerking tussen verloskundigen, kraamzorg en sociaal domein, waarbij aandacht is voor het versterken van beschermende factoren en het zo vroeg mogelijk signaleren van kwetsbaarheden. De Kansrijke Start-middelen zijn structureel en blijven beschikbaar. De ketenaanpak Kansrijke Start is in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) benoemd als basisfunctionaliteit. De implementatie van Kansrijke Start is in 2025 afgerond en verankerd in onze lokale aanpak en richt zich op een gezonde en veilige start voor elk kind in De Fryske Marren. De coalitie Kansrijke Start De Fryske Marren bestaat uit een netwerk van professionals uit de gemeente, zoals verloskundigen, kraamzorg, de GGD, Humanitas, Vluchtelingenwerk, het sociaal wijkteam onder coördinatie van welzijnsorganisatie Sociaal Werk De Kear.
Outreachend jongerenwerk
De inzet op outreachend jongerenwerk is een directe uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd, namelijk de beweging naar ‘normaliseren en versterken van de sociale basis’.
De druk op jongeren is de afgelopen jaren groter geworden. Veel jongeren hebben mentale klachten of voelen zich eenzaam. Ook is er meer overlast in de openbare ruimte, zoals problematisch middelengebruik en spanningen rondom zorg en handhaving. In gemeente De Fryske Marren zien partners zoals politie en scholen ook dat steeds meer jongeren hulp nodig hebben en dat overlast toeneemt.
Jongerenwerk speelt hierbij een cruciale rol. Naast het bestaande jongerenwerk, zetten we extra in op outreachend jongerenwerk. Door laagdrempelig en zichtbaar aanwezig te zijn op straat, scholen en ontmoetingsplekken kunnen signalen vroegtijdig worden opgepakt, ontstaat vertrouwen en kunnen problemen worden besproken voordat ze escaleren naar zwaardere zorg of veiligheidsinterventies. Uitgangspunt is dat meer inzet op preventief jongerenwerk, problemen klein houdt en escalatie voorkomt. Daarnaast helpt het jongeren met problemen te zoeken naar oplossingen (zoals middelengebruik, leefstijl en mentale gezondheid).
In de Fryske Marren wonen ongeveer 4500 jongeren verdeeld over 51 kernen. Om jongeren te ondersteunen zijn 3 jongerenwerkers werkzaam in de wijken en dorpen. Zij zijn aanspreekpunt waar het nodig is, organiseren activiteiten en verbinden en begeleiden. In 2025 zijn onder andere ontmoetingsplekken (met inloopavonden) opgezet in Joure en Lemmer, is de methodiek jongerenwerk ontwikkeld en zijn er activiteiten georganiseerd in samenwerking met jongeren, politie en handhaving, die zorgden voor laagdrempelig contact. Uit de evaluatie van het outreachend jongerenwerk in 2025 blijkt dat deze extra inzet zorgt voor een groter bereik van jongeren.
Motie jeugd
Eind 2025 is de motie ‘inzetten op preventie voor jeugdhulpverlening aangenomen’. In deze motie wordt het college verzocht om binnen de grenzen en afspraken van het huidige systeem lokale mogelijkheden te zoeken en te benutten om meer preventief aanbod te realiseren.
De adviezen van de Jeugdautoriteit systematisch te benutten bij het herzien van het beleid rondom inkoop, organisatie en inzet van jeugdzorgwerkers en de raad hierover in Q3 2026 nader te informeren over de voortgang.
Wmo maatwerkvoorzieningen
In 2025 is het aantal inwoners dat gebruik maakt van Wmo ‑ ondersteuning toegenomen. Deze groei is zichtbaar bij het merendeel van de Wmo ‑ voorzieningen. De vraag naar huishoudelijke ondersteuning is gestegen binnen de vooraf verwachte groei. Bij de maatwerkvoorzieningen individuele begeleiding en dagbesteding is echter sprake van een sterkere volumegroei dan oorspronkelijk was begroot.
Naast deze volumestijging zijn ook de gemiddelde kosten per inwoner die gebruik maakt van maatwerkvoorzieningen toegenomen. Deze kostenstijging wordt enerzijds veroorzaakt door aangepaste tarieven en anderzijds door een toenemende complexiteit van de ondersteuningsvragen. Onder meer door vergrijzing (groei van het aantal 65 ‑ plussers en een hogere gemiddelde leeftijd), toenemende druk op mantelzorgers, langer zelfstandig wonen, meer psychische problematiek en wijzigingen in andere wettelijke kaders.
Tegelijkertijd zien we de noodzaak om te (blijven) investeren in sterke algemene voorzieningen binnen de sociale basis. Deze investeringen zijn essentieel om zwaardere en duurdere Wmo-ondersteuning zoveel mogelijk te voorkomen en de instroom in maatwerkvoorzieningen te beperken.
Nieuwe inkoop Hulp bij het huishouden
De inkoop Hulp bij het Huishouden is in het najaar van 2025 gestart. De planning is om de contractering en implementatie van de nieuwe afspraken in de zomer van 2026 af te ronden. De uitkomsten van de pilot Toegang Huishoudelijk Hulp zijn meegenomen in het programma van eisen, zodat de nieuwe inkoop aansluit bij de opgedane inzichten en geleerde lessen en bij de kwalitatieve en doelmatige ondersteuning die inwoners nodig hebben.
Beschermd wonen
De doordecentralisatie van Beschermd Wonen (BW) is meerdere keren uitgesteld. De streefdatum van invoering van het woonplaatsbeginsel is opnieuw niet gehaald. Het is onduidelijk of en wanneer de decentralisatie alsnog wordt doorgevoerd. De voorgenomen decentralisatie is tweeledig: het gaat om de invoering van het objectief verdeelmodel en de start van het woonplaatsbeginsel. Deze ontwikkeling moet het mogelijk maken dat mensen met psychische problemen vaker thuis of in hun eigen woonplaats kunnen blijven wonen.
In 2025 is de nieuwe inkoop van Beschermd Wonen (in SDF-verband) gerealiseerd. De nieuwe contracten zijn 1 januari 2026 ingegaan.
Wmo-toezicht
In 2025 heeft GGD Fryslân voor de gemeente het kwaliteitstoezicht op de Wmo en het calamiteitenonderzoek uitgevoerd. Dit toezicht richt zich zowel op aanbieders van zorg in natura als op ondersteuning die wordt verleend via persoonsgebonden budgetten. In samenwerking met de uitvoeringspraktijk is in 2025 extra aandacht besteed aan het belang van het tijdig melden van calamiteiten en incidenten. Zorgaanbieders zijn hierover actief geïnformeerd en er is aanvullende uitleg gegeven over de meldcriteria en -procedure. GGD Fryslân heeft dit jaar aangegeven dat zij de toezichthoudende taken per 1 juni 2026 niet kunnen continueren. Om te kunnen blijven voldoen aan de wettelijke verplichtingen rondom toezicht en handhaving wordt er gezocht naar een vervanger van deze toezichthoudende functie. De in de najaarsrapportage opgenomen ambitie om het beleid op dit gebied aan te passen is door personeelsbezetting nog niet afgerond. In 2026 werken we verder aan de realisatie van deze doelstelling. In de perspectiefnota zijn middelen aangevraagd om de continuïteit van het toezicht op kwaliteit te borgen en om het beleid rond toezicht op rechtmatigheid verder te ontwikkelen.
